Signaleren en Ketencommunicatie Antistolling – stappenplannen voor de Huisartsenpraktijk

Probleem:
Twijfels over zorgvuldige inname en compliance: Huisarts 1A
Mogelijke signalen:
– Afwijkende INR gemeten door trombosedienst.
– Gevonden medicatie door thuiszorg.

Probleem:
Achteruitgang conditie/gezondheid patiënt: Huisarts 1B
Mogelijke signalen:
– De patiënt valt veel.
– Relevante signalen met betrekking tot gezondheid of sociale omstandigheden ontvangen van de thuiszorg.
– Niet verschijnen op afspraak praktijkondersteuner huisartsen/praktijkverpleegkundige.
– Melding van doktersassistente over verwardheid/veranderd begrip/herhalen zaken bij telefonisch contact.

Probleem:
Twijfels over cognitie of beginnende dementie: Huisarts 1C
Mogelijke signalen:
– Medicatie te vinden in huis wat wel ingenomen had moeten worden.
– Verwaarlozing.
– Desoriëntatie in tijd en plaats.
– Niet verschijnen op afspraak.

Probleem:
Overstap naar NOAC besproken met of gewenst door patiënt: Huisarts 1D
Mogelijke signalen:
– Blauwe plekken.
– Bijwerkingen medicatie.
– Moeite met wisselende innames VKA.
– Moeite met bloedprikken.
– Niet goed instelbaar.

Probleem:
Huisarts is niet op de hoogte van wisseling in medicatie: Huisarts 1E
Mogelijke signalen:
– Wijziging medicatie door huisartsenpost/specialist wordt niet doorgegeven.
– Medicatie wordt te laat/te vroeg herhaald.

Probleem:
Geen indicatie voor medicatieondersteuning door thuiszorg: Huisarts 1F
Mogelijke signalen:
– Bij visite /consult ontstaat bij bespreking en controle medicatie twijfel over adequate inname.
– Mantelzorg vraagt hierom.

Probleem:
Diagnose atriumfibrilleren vastgesteld: Huisarts 1G
Mogelijke signalen:
– VKA-aanmelding door huisarts.