In deze terugkerende rubriek worden enkele kartrekkers van Drechtzorg aan u voorgesteld. Zij vertellen over hun ervaringen met ketenzorgprojecten en presenteren elk een eigen perspectief op samenwerking en de succesfactoren van een geslaagd project.
Aan de beurt is Harry Bodewitz, longverpleegkundige bij Internos Thuiszorg en praktijkondersteuner huisarts bij twee huisartsen in de regio. Harry is actief in het project RELOAD. Hij vertelt over zijn ervaringen met dit project van Drechtzorg.

1. Wat is je functie/wat doe je?
Ik ben longverpleegkundige bij Internos Thuiszorg en praktijkondersteuner huisarts bij twee huisartsen in de regio. Namens Internos neem ik deel aan het project RELOAD.
Ik bezoek mensen thuis, dat is het belangrijkste wat ik doe. Mensen met ernstige longproblemen, COPD, mensen die zuurstof gebruiken, mensen met longkanker en andere ziekten die met de longen te maken hebben. Daarnaast geef ik af en toe klinische lessen aan collega’s van mijn instelling, of van andere instellingen. Mijn werkzaamheden wisselen per dag. De dag begint vaak met administratie, het rapporteren van de bezoeken van de vorige dag. Veel longpatiënten hebben moeite om de dag vroeg te beginnen, dus beginnen mijn huisbezoeken vaak pas halverwege de ochtend. Ik bezoek meestal vier tot acht patiënten per dag. De regio is tamelijk groot, van een deel van de Alblasserwaard, de Drechtsteden tot Ridderkerk/Slikkerveer, Heerjansdam, Barendrecht en de Hoeksche Waard.

2. Hoe ben je hierbij betrokken geraakt?
Ik ben in 2005 bij Internos begonnen. Ik verzorgde de uitleen en stuurde drie teams aan. Met de invoering van de WMO is de huishoudelijke zorg naar de gemeente gegaan. Daardoor zou mijn functie als teamleider komen te vervallen. Bij Internos kwam op hetzelfde moment een vacature voor longverpleegkundige vrij. Ik ben daarvoor eind 2007 aangenomen en ben vervolgens twee maanden ingewerkt. Vanaf begin 2008 heb ik de opleiding longverpleegkundige astma/COPD gevolgd en vanaf januari 2008 ben ik longpatiënten gaan bezoeken. Verpleegkundige ben ik al 40 jaar, dus het betekende een terugkeer naar het begeleiden van mensen. Wat het anders dan vroeger maakt is dat er bij deze functie geen lichamelijke zorg komt kijken, ik voer alleen gesprekken met patiënten. In feite is het palliatieve zorg. Bij Internos zijn er twee thuiszorgmedewerkers die geen lichamelijke zorg doen, de palliatief verpleegkundige en de longverpleegkundige. Er is een goede samenwerking tussen ons beiden. Continuïteit en samenhang in de palliatieve zorg zijn belangrijk voor onze organisatie. Toen ik begon was RELOAD al van start gegaan. Naar mijn weten is het in 2004 onder impuls van Drechtzorg opgestart. Wat RELOAD uniek maakt, is dat de caseload wordt verdeeld met de collega’s longverpleegkundigen die bij Rivas en Aafje werken. Vanuit het ziekenhuis wordt een patiënt aangebracht en met de collega’s bekijken we wie er nog ruimte heeft.

3. Wat heeft het opgeleverd?
Het levert vooral op dat longpatiënten leren een ernstige infectie te herkennen en zo mogelijk te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door snel te starten met medicijnen of eerder de huisarts te bellen. En daardoor wordt men minder vaak opgenomen in het ziekenhuis.
Wij komen bij mensen die ernstig ziek zijn. Die groep moet enkele keren per jaar naar een longarts en longverpleegkundige in het ziekenhuis. Als dit niet op dezelfde dag gepland kan worden moeten ze terug voor een afspraak. Dat is gewoon te veel voor deze groep patiënten, dus deze patiënten bezoeken wij thuis. We geven de patiënten ook continuïteit en vertrouwen en signaleren een aantal dingen. Als je thuis bent zie je ook de thuissituatie. Een heleboel dingen zie, hoor en ruik je. Je weet bijvoorbeeld onmiddellijk of iemand rookt of niet. Door bereikbaar te zijn help je al mensen. De drempel om contact op te nemen is laag.
Wat wij de patiënten ook bijbrengen is om te letten op signalen. Als ze bijvoorbeeld sneller moe worden of meer gaan hoesten kan dat het begin van een ontsteking zijn. Als je dan wacht tot je koorts hebt ben je (te) laat. We proberen hen te leren om op tijd contact op te nemen met de huisarts of met ons. We zorgen er in sommige gevallen ook voor dat mensen een antibioticakuur thuis hebben liggen. Als ze ’s avonds last krijgen kunnen ze zelf starten met medicijnen. Dit doen wij overigens wel in overleg met de longarts. Wij kunnen bepalen of iemand naar ons gevoel met medicijnen kan omgaan. Longartsen zijn daar heel erg voor. Alles is beter dan opgenomen worden op de afdeling. Wat we kunnen voorkomen is meegenomen. Elke ontsteking betekent vaak een achteruitgang van de longen.
We vullen samen met de patiënt een vragenlijst in over zijn of haar lichamelijke en psychische gesteldheid. We bekijken het zuurstofgehalte. Tegenwoordig werken we ook met een angst- en depressiescorelijst, de HADS-vragenlijst. Heel veel mensen zijn bang en kunnen depressief raken. Al met al geeft het een aardig inzicht in de status van de patiënt.
Ik heb regelmatig overleg met huisartsen over patiënten. Wij als longverpleegkundigen sturen huisartsen regelmatig een verslag over zijn of haar patiënt. Het contact met de huisartsen wisselt, bij de één is het heel formeel, de ander vindt het juist fijn als ik bel over een patiënt. Bij sommige huisartsen krijg je nog het gevoel dat zij vinden dat het hun zorg is. Soms gaat het contact bijvoorbeeld alleen via de assistent. Het heeft zich wel over het algemeen positief ontwikkeld. Toen we met RELOAD startten deden we ook longspreekuren bij de huisartsen. Er werden longfunctieonderzoeken gedaan zodat een huisarts kon inventariseren hoeveel longpatiënten hij of zij werkelijk had. Doordat op dat project bezuinigd is zijn we daarmee gestopt. Maar tegelijkertijd is er bij de huisartsen een ontwikkeling geweest om praktijkondersteuners in dienst te nemen. En die hebben trainingen gedaan om bijvoorbeeld zelf longfunctieonderzoek te kunnen doen.

4. Ketenzorgsamenwerking is volgens jou…….
Echt samenwerken. Dat is het belangrijkste. Nu is het vaak nog vechten voor het eigen domein. Er is bijvoorbeeld door een huisartsengroep in de regio een protocol ontwikkeld voor COPD-patiënten. Hartstikke mooi natuurlijk, maar er wordt niet met het ziekenhuis overlegd of zij er misschien ook wat aan kunnen hebben of aan kunnen toevoegen. We zouden veel meer samen moeten optrekken, want als je niet bekend bent met elkaar zul je minder van elkaar aannemen. Het is daarom goed om RELOAD nog beter op de kaart te zetten. Drechtzorg zou daar het voortouw in moeten nemen.
Jaren geleden waren de volgende speerpunten afgesproken: de cliënt staat centraal, we leveren zorg op maat en doen dit thuis als het kan. Als je die dingen blijft doen wordt de patiënt daar beter van.
De medewerkers staan nog steeds achter de doelen en ook de leidinggevenden zijn nog enthousiast. Dit stimuleerde ook het Zorgkantoor om het project te blijven ondersteunen. Direct na de start hebben Netty de Graaf (coördinator van RELOAD) en Elly Jordens de Anna Reynvaanprijs (prijs voor het meest innovatieve idee in de zorg) voor dit project gewonnen, wat het ook interessant maakt(e) voor organisaties om er aan deel te nemen. Overigens was Netty de Graaf dit jaar weer genomineerd voor deze Anna Reynvaanprijs.

5. Welke uitdagingen liggen er nog?
Digitalisering staat dit jaar hoog op de agenda.
Nu ga ik nog op stap met een tas met mappen. Daar rapporteer ik in en die lever ik weer in bij het ziekenhuis. Dat is wat omslachtig. Die mappen hangen daarna in een kast en ze worden echt niet elke keer nagelezen, dat is ook niet te doen.
Maar ook: nu weet je sommige dingen niet of pas heel laat. Ik ging onlangs op bezoek bij een patiënt die ik vooraf belde; ze had toen – voor mij onverwacht – moeite om goede zinnen te maken. Bij aankomst vertelde haar echtgenoot dat ze zeer ernstig ziek was. Ik ben redelijk wat gewend, maar dat schokt toch. Als die patiënt het mij niet vertelt, kom ik daar niet achter.
Daarom hebben we gevraagd naar de mogelijkheid om een laptop te krijgen en zo in te kunnen loggen in het systeem van het ziekenhuis. Daar kunnen we vooraf de actuele status van de patiënt lezen en een rapportage maken. Het lijkt erop dat het gaat lukken, het groene licht van de stuurgroep is er inmiddels.
Dit jaar willen we ook aan de slag met het verwerven van bekendheid bij de huisartsen. Hier is nog geen concreet plan voor opgesteld, maar het staat op de agenda. Ook het verzorgen van gezamenlijke bijscholingen en cursussen is een aandachtspunt.
Tevens zijn we gestart met het begeleiden van thuisbeademing met een BiPAP. Dit is een apparaat dat patiënten met ernstig COPD ondersteunt bij het ademen. Voor hen is dat heel belangrijk. Deze begeleiding willen we het komende jaar verder ontwikkelen.
De onzekerheid over de financiering speelt ook nog steeds, hoewel veel minder dan in voorgaande jaren. Er is jaarlijks een stuurgroepvergadering. Jaarlijks wordt bekeken of, en hoe we verder gaan. Dat was in het begin vervelend, maar RELOAD heeft zich inmiddels wel bewezen. We staan goed op de kaart en tot nu toe krijgen we elk jaar weer geld om het voort te zetten. Het is een zeer succesvol project, het zou mooi zijn als dat op andere plekken in Nederland gekopieerd gaat worden.

oktober 2012