In een terugkerende rubriek worden enkele kartrekkers van Drechtzorg aan u voorgesteld. Zij vertellen over hun ervaringen met ketenzorgprojecten en presenteren elk een eigen perspectief op samenwerking en de succesfactoren van een geslaagd project.
Aan de beurt zijn Tineke van de Minkelis en Nelly Pruysen, werkzaam in het regionaal team van dementieconsulenten.

De dementieconsulenten in de regio functioneren inhoudelijk onder leiding van de regionaal coördinator binnen de dementieketen in de regio Waardenland. De dementieconsulenten zijn in dienst bij vier verschillende organisaties. Tineke werkt bij de Rivas Zorggroep en Nelly bij Het Parkhuis. Zij vertellen over hun ervaringen met dit project.

Hoe zijn jullie bij de dementieketen betrokken geraakt?

Tineke: Ik ben inmiddels ruim drie jaar als dementieconsulent aan het werk. In de eerste paar jaar betrof het een gecombineerde baan en werkte ik ook als zorgregisseur. Sinds een jaar werk ik fulltime als dementieconsulent. Mijn werkgebied is het oostelijke deel van de regio Waardenland, het gebied rond Gorinchem.

Nelly: Ik werk als casemanager dementie vanuit Dordrecht. Ik ben op latere leeftijd begonnen met de opleiding maatschappelijk werk. Zo ben ik min of meer toevallig bij het Parkhuis terechtgekomen. Maatschappelijk werk was toen een functie waarin je eigenlijk alles deed, ook het toeleiden van thuiswonende cliënten naar een opname. Gaandeweg heeft de functie zich ontwikkeld tot een vorm van casemanagement. Ik was van oorsprong fysiotherapeut assistente en heb 18 jaar in verschillende functies in de thuiszorg gewerkt.

Tineke: Ik ben van oorsprong A-verpleegkundige en heb voorheen in het ziekenhuis en een verzorgingshuis gewerkt. Nadat ik de opleiding maatschappelijke gezondheidszorg had gedaan ben ik uiteindelijk zorgregisseur geworden. Vanuit het Landelijk Dementieprogramma zijn destijds de dementieketens ontstaan. Ik heb toen vanuit onze organisatie de opleiding tot casemanager gedaan. Het onderwerp dementie is een bewuste keuze geweest. Als ik terugkijk naar mijn loopbaan heb ik veel met oudere mensen te maken gehad. In eerste instantie als A-verpleegkundige niet, toen lag daar ook mijn affiniteit niet. Maar mijn periode in het verzorgingshuis heeft toch een omslag gegeven. Je wilt je ook in je werk en binnen je vakgebied blijven ontwikkelen. Toen de vacature binnen het GOAC (Geriatrisch Onderzoek en Adviescentrum) kwam om fulltime als dementieconsulent te gaan werken,heb ik dat opgepakt. En daar ben ik heel blij mee.

Nelly: De doelgroep ouderen had altijd mijn belangstelling al. Dementie is mede door het schrijven van mijn eindscriptie op mijn pad gekomen. Door de opleiding die ik volgde werd het verpleeghuis een optie. Ik hou me nu ook bezig met jong dementerenden. Het zijn mensen van je eigen leeftijd, soms jonger. Dat vind ik heftig, maar het is tegelijkertijd ook heel mooi als je daar iets in kan bereiken. Je levert zorg op maat en dat vind ik bij jongeren nog wat moeilijker dan bij ouderen. Jongere cliënten zitten in een andere levensfase, hebben soms nog thuiswonende kinderen, hebben te maken met verlies van inkomsten, van sociale contacten, van alles. Daar moet je op in kunnen spelen. Het is ook een doelgroep die groter wordt, inmiddels hebben we bij het Parkhuis een afdeling voor jong dementerenden.

Wat houdt jullie functie in?

Tineke: Het werk bestaat allereerst uit het afleggen van huisbezoeken. Dat doe je soms alleen, soms samen met een specialist ouderengeneeskunde. Die werkt binnen het team waar ik aan verbonden ben, het GOAC in Gorinchem. Het GOAC doet naast het consulentschap ook een deel diagnostiek. Zelf kom ik bij mensen in beeld die al een diagnose hebben. Na een eerste huisbezoek komt er een zorgplan uit, of een verwijzing, of bijvoorbeeld een advies voor deeltijdzorg of dagbehandeling. Je hebt in deze functie veel contact met andere zorgverleners; het hele scala aan zorg en welzijn zit eigenlijk in je kennispakket. De doelstelling is om het verblijf in de thuissituatie zolang mogelijk acceptabel en veilig te houden. Daarbij ben je ook een belangrijk aanspreekpunt voor de mantelzorgers. Laatst had ik een gesprek met een mantelzorger waarin ik uitlegde welke gevolgen dementie heeft. Voor mij was het een kleine moeite maar zij gaf aan heel blij te zijn dat ze met mij gesproken had. Dat is waar je het voor doet. Ook de momenten dat je contact maakt met de dementerenden zelf vind ik geweldig. Het belangrijkste is dat je beschikbaar en bereikbaar bent voor deze mensen.

Nelly: In de regio Dordrecht werken we niet in een team samen met de specialist ouderengeneeskunde. Wij krijgen de cliënten vanuit de afdeling geriatrie van het Albert Schweitzerziekenhuis, of via de huisarts. Er is altijd wel een arts op de achtergrond aanwezig die je kan adviseren, maar je gaat alleen op huisbezoek. Wij doen dus geen diagnostiek, in Dordrecht is er geen GOAC.

Tineke: Daarnaast heb je in ons werk ook te maken met een stuk administratie, dat is best een groot onderdeel. De contacten en het overleg met andere professionals nemen ook veel tijd in beslag. Na de huisbezoeken begint het echte werk pas. Zie maar eens een huisarts of een eerstverantwoordelijke thuiszorg te pakken te krijgen, dat kost soms veel moeite.

Wat heeft het opgeleverd?

Nelly: Het werk neemt de laatste tijd toe. Tegenwoordig komen de aanmeldingen uit allerlei bronnen. We krijgen door zorgverleners, vrijwilligers of familie of vrienden veel meer mensen aangemeld, waarbij het gevoel bestaat dat het niet goed gaat, het niet-pluisgevoel. Dan is het overigens niet altijd dementie, maar dan kun je wel de achterliggende oorzaken gaan onderzoeken. Hansje Pontier is regiocoördinator en aangesteld om het grotere geheel te coördineren en met zorgpartijen afspraken te maken over afstemming en samenhang in de zorg. Een belangrijk aspect in ketenzorg is de onafhankelijkheid van het casemanagement. Daar wordt veel aandacht aan besteed. Eerst waren we alleen verbonden aan onze eigen organisatie, nu hebben we twee teamleiders, onze eigen teamleider en Hansje. Zij heeft ook contacten met gemeenten, met Alzheimer Nederland en met de huisartsen in de regio.

Tineke: Ook is binnen de ketenzorg het Zorgpad Dementie ontwikkeld. Daar staan de verschillende rollen van de ketenpartners duidelijk in benoemd. Scholing is ook een belangrijk punt, we komen nu regelmatig bij elkaar. Dat is allemaal verbeterd, je ziet dat het in de ketenzorg steeds beter geborgd is.

Nelly: Het onderwerp dementie is de laatste jaren ook een beetje uit de taboesfeer gehaald. Mensen durven het nu te benoemen. Ik ben verbonden aan het Alzheimer Café in Dordrecht en ik merk wel een verschil met toen ik daar vijf jaar geleden voor het eerst aan deelnam. Er wordt gemakkelijker over gesproken.

Tineke: Dat kan ik beamen. Een enkele keer maak je het nog wel mee dat de buurt het niet mag weten, dat iemand bang is voor het stempel van psychiatrisch patiënt. Dat zijn de vooroordelen die ze van jongs af aan al bij zich hebben.

Nelly: Dan is het wel zoeken om een ingang te vinden om tot iets te komen. Het onderwerp bespreekbaar maken is soms een lange weg.

Tineke: Daarin kunnen ook hele verrassende dingen gebeuren. Maar je moet eerst dat vertrouwen zien te winnen.

Nelly: Ik ben vorige week meteen meneer kennis gaan maken. Hij had altijd angst voor het Parkhuis gehad. Ik ben toen met hem naar het Parkhuis gereden voor een kopje koffie op de dagbehandeling. Toen hij daar aankwam was hij al snel gewend en vond hij de locatie toch wel mooi. Dat vertrouwen is inderdaad je basis.

Tineke: Ik heb zelf een soortgelijk geval gehad van een vrouw met Alzheimer. Die vond zelf, typerend voor Alzheimer, dat er niks mis was. Toevallig werd haar woning gerenoveerd en moest ze logeren bij Waerthove. Ze vond het geweldig en de stap naar opname werd een stuk kleiner. Dan zie je mensen op de juiste plaats en in de juiste omgeving terecht komen. Ze krijgen een stukje veiligheid en erkenning. Dan zie je hoe belangrijk is dat er een vast persoon is die ook dat proces mee kan doormaken.

Nelly: We kunnen alleen maar adviseren. Soms is het wachten op een crisis, als iemand blijft weigeren om opgenomen te worden. Ik kan mensen, gelukkig, niet dwingen. Soms zit er zoveel schuldgevoel bij een partner dat iemand die limiet moet bereiken van wat nog kan.

Ketenzorgsamenwerking is volgens jou…….

Nelly: In mijn beleving gaat de samenwerking met andere zorgverleners goed. De essentie van deze functie is dat je kijkt wat je cliënt nodig heeft, dat je onafhankelijk bent van je eigen organisatie en dat je zorg op maat probeert te leveren. Je hebt in principe een adviserende rol. Uiteindelijk beslist toch de cliënt en zijn netwerk. Voor mijn gevoel heb ik altijd al gekeken wat het beste is voor de cliënt.

Tineke: Het gebeurt ook weleens dat er geen klik is tussen een cliënt en de thuiszorg van voorkeur. Dan stel je bijvoorbeeld andere zorgorganisaties voor. Dat doe je ook als een zorgorganisatie bijvoorbeeld geen terminale zorg in de thuissituatie kan leveren, terwijl de cliënt dat nodig heeft. Daar ben je heel vrij en onafhankelijk in. Ik heb ook nooit druk ervaren vanuit Rivas.

Nelly: Het verschilt wel hoe andere zorgverleners naar je kijken. Sommigen zijn heel blij met je, anderen vinden dat ze het zelf wel kunnen. Je moet een manier vinden om de communicatie open, eerlijk en duidelijk te houden.

Tineke: En de cliënt proberen centraal te houden, daar gaat het uiteindelijk om. Samenwerking met de huisarts is heel belangrijk, maar de contacten zijn verschillend. De ene huisarts staat er positiever tegenover dan de ander.

Nelly: Sommige huisartsen lijken niet zoveel te hebben met het onderwerp dementie. Als je eenmaal een lijntje met een huisarts hebt, dan werkt het wel allemaal wat soepeler.

Tineke: Dat persoonlijke contact en dat netwerken is heel belangrijk. De komst van praktijkondersteuners heeft ook verschil gemaakt. Zeker bij de signalering zullen zij een grotere rol gaan spelen. Eén van de belangrijkste vragen voor de komende tijd is hoe we de kwetsbare ouderen bereiken.

Welke uitdagingen liggen er nog?

Tineke: Ik zou graag zien dat de contacten met gemeenten en huisartsen verder verbeteren. Ik weet dat collega’s er mee bezig zijn. Er is ook nog een kennistekort ten aanzien van dementie. Bij de ouderenadviseurs die op huisbezoek gaan bijvoorbeeld ontbreekt het soms nog aan kennis. Maar ook voor mantelzorgers is informatie over dementie heel belangrijk.

Nelly: Ik zou eigenlijk de gemeente nog meer willen betrekken bij de dementieketen. Mensen krijgen steeds minder huishoudelijke ondersteuning, terwijl daar naar mijn mening de basis van het signaleren ligt. Het zijn vaak toch dingen die bij een huishoudelijk medewerker boven water komen. We moeten met elkaar op zoek gaan naar een manier om die signalering invulling te blijven geven. De gemeente wil dat met vrijwilligers gaan doen en ik sta daar wel voor open, maar ik denk dat daar wel grenzen aan zitten. Het gaat om een doelgroep die kwetsbaar is en ook zelf niet altijd goed kan aangeven dat er hulp nodig is, ziekte-inzicht ontbreekt vaak.

Tineke: De gemiddelde gemeente investeert nu ook steeds meer in wijkteams. Dat is ook een hele waardevolle ontwikkeling, als je daarin kunt participeren.

Nelly: Ik hoop dat onze functie niet teniet gedaan wordt door de bezuinigingen. Er is nog geen structurele financiering voor, dat moet er natuurlijk wel komen. Maar vanuit de keten wordt daar aan wel veel aandacht besteed.

Tineke: De ontwikkelingen zijn er al, maar het zijn traag verlopende trajecten. We werken allemaal nog bij een organisatie. Het wordt toch gestuurd door het financiële plaatje. Maar ik heb een hele leuke baan. Een baan waar je je energie in kwijt kan, die voldoening geeft. Het is elke keer weer creatief zijn, dat maakt het afwisselend en interessant.