In deze terugkerende rubriek worden enkele kartrekkers van Drechtzorg aan u voorgesteld. Zij vertellen over hun ervaringen met ketenzorgprojecten en presenteren elk een eigen perspectief op samenwerking en de succesfactoren van een geslaagd project.
Aan de beurt is Leonie Zuijdveld, arts en beleidscoördinator zorg bij Het Spectrum. Leonie heeft aan de wieg gestaan van de dementieketen en zit in de Stuurgroep Ketenzorg Dementie en de Stuurgroep Palliatieve zorg. Ze vertelt over haar ervaringen met de projecten van Drechtzorg.

1. Wat is je functie/wat doe je?
Ik ben sinds 1985 werkzaam bij Het Spectrum in Dordrecht, de laatste jaren in de functie “beleidscoördinator zorg”. Ik maak, als eerste geneeskundige, deel uit van het managementteam van de stichting met als portefeuille “zorg”. Zowel de zorg binnen de eigen organisatie als de zorg die we met anderen verlenen, onder andere in ketenprojecten, vallen onder mijn aandachtsgebied. Ik geef dit vorm vanuit mijn achtergrond als specialist ouderengeneeskunde. Zo ben ik betrokken geraakt bij de dementie- en palliatieve keten van Drechtzorg.

2. Hoe ben je hierbij betrokken geraakt?
Toen ik begon was de verpleeghuiszorg alleen maar intramuraal gericht. Eind jaren negentig zijn de eerste stappen gezet om de expertise van het verpleeghuis ook buiten de muren van het verpleeghuis in te zetten. Dit kreeg de vorm van het GOAC (Geriatrisch Onderzoek Advies Centrum). De focus lag vooral op het ingaan op vragen van huisartsen. Het aantal vragen van huisartsen viel eerlijk gezegd tegen. Begin 2000 stootte De Grote Rivieren (nu Yulius) het begeleiden van thuiswonende dementerenden af. Met het Albert Schweitzer, de Grote Rivieren (nu Yulius) en de verpleeghuizen in de regio is een structuur opgezet waarin medewerkers in dienst bij verpleeghuizen voor deze begeleiding werden ingezet. Dit waren in feite de voorlopers van de huidige dementieconsulenten.
In de regio Dordrecht en omstreken is het GOAC opgeheven en het psychogeriatrisch netwerk opgericht. In de regio Gorinchem e.o. is deze functie toegevoegd aan het GOAC.
Rond 2006 heeft deze regio, in Drechtzorgverband, meegedaan aan de 5e tranche van het Landelijk Dementie Programma (LDP) vanuit Alzheimer Nederland. Een voorwaarde voor deelname in het LDP was de aanwezigheid van bestuurlijk commitment, dat was met de samenwerking in Drechtzorg al geregeld.
De west- en de oostkant van de regio participeerden hier gezamenlijk in. Ik werd trekker van het onderdeel “begeleiding van thuiswonende dementerenden”. In dit deelproject is het kader gemaakt met hierin een duidelijke rol en verantwoordelijkheden van de huisartsen, geheugenpoli, ziekenhuis, thuiszorg en verpleeg- en verzorgingshuizen. En dit door de hele keten heen; van signalering tot levenseinde.

3. Wat heeft het opgeleverd?
De begeleiding van thuiswonende dementerenden heeft door de inzet van dementieconsulenten een duidelijke vorm gekregen. We zijn bijvoorbeeld bij Het Spectrum begonnen met 30 cliënten op jaarbasis, nu zijn het er ruim 200. Vooral de ondersteuning van mantelzorgers is hierin heel belangrijk. Deze moeten leren omgaan met een partner die erg verandert. In onze regio zijn er steeds meer mogelijkheden om mantelzorgers te ontlasten. De dagbehandeling en ontmoetingscentra spelen hierin een grote rol. Daarnaast zijn er negen Alzheimer cafés in de regio, waar dementerenden en hun naasten op een toegankelijke manier veel informatie kunnen krijgen en ook hun eigen verhaal kwijt kunnen. In de hele ontwikkeling van de dementieketen en het op de kaart zetten van deze ziekte is het sterke lobbywerk van Alzheimer Nederland erg belangrijk geweest. Zij heeft ook binnen de politiek mensen kunnen overtuigen van de noodzaak om te anticiperen op de enorme toename van dementerenden de komende jaren.
In de dementieketen staat het belang van de individuele cliënt voorop. Wat is voor deze cliënt belangrijk en hoe kunnen we dat regelen. Daar gaat het om. De belangen van zorgorganisaties zijn soms anders. Dat is altijd een aandachtpunt binnen de ketenzorg, bij elk onderwerp.
Om met elkaar als zorgaanbieders toch steeds het cliëntbelang als uitgangspunt te hanteren is een grote uitdaging in de ketenzorg, en dus ook voor Drechtzorg.. Echte verandering duurt lang, maar met elkaar maak je er iets moois van.

De gemeenten zijn de laatste drie jaar ook intensiever betrokken bij de zorg voor dementerenden. Vorig jaar is bijvoorbeeld in Dordrecht gestart met “de verlengde keten”. Dankzij de WMO-gelden kan de zorg nu uitgebreid worden naar de cliënten die nog niet aan AWBZ-zorg toe zijn, maar in een vroeg stadium van de ziekte, vanuit de WMO-gelden begeleid kunnen worden. Dit gebeurt binnen dezelfde keten en met inzet van dezelfde dementieconsulenten. Overigens heeft het zorgkantoor van de regio, dat dementiezorg als speerpunt ziet, ook een grote, stimulerende rol gehad in de opzet van de keten en de financiering van de dementieconsulenten in het bijzonder.

4. Ketenzorgsamenwerking is volgens jou…….
Ketenzorg betekent in eerste instantie over concurrentie heen willen stappen om samen te werken. In de basis strijden de zorginstellingen om dezelfde cliënt. Organisaties moeten een stukje autonomie durven loslaten. Het zegt genoeg dat alle deelnemers bij de oprichting van Drechtzorg verklaard hebben zich ook daadwerkelijk voor de samenwerking in te zetten. Resultaat van de samenwerking in de keten moet zijn dat dementiezorg in Zwijndrecht of Gorinchem gelijk is. Binnen de regio moet een uniforme aanpak bestaan, met voor alle professionals dezelfde eisen. Dat is iets wat binnen de regio langzaam gegroeid is. Een onpartijdige voorzitter van de stuurgroep is wat dat betreft een groot goed.
En daarnaast is in de ontwikkeling van ketens persoonlijke betrokkenheid heel belangrijk, de projecten vallen of staan met mensen die er voor willen gaan.

5. Welke uitdagingen liggen er nu/nog?
Ik denk dat het taboe rond dementie eraf moet. Die beweging is inmiddels ook wel in gang gezet. In het verleden was dementie vaak moeilijk te accepteren voor degene bij wie het werd vastgesteld. Sinds er medicijnen beschikbaar zijn die het proces kunnen vertragen is de diagnose belangrijk geworden. Het wordt meer gezien als ziekte die te behandelen is.
Een tweede uitdaging is het bieden van goede dementiezorg aan allochtonen. Ook voor hen is het accepteren nog moeilijk. Verpleeghuizen staan ver van hun belevingswereld. Het gevoel van veiligheid binnen een verpleeghuis is er, denk ik, niet voor deze groep. Veel leed wordt nu opgevangen in de gezinnen.
Voor de keten is het belangrijk om de organisatie in de eerste lijn goed bekend te krijgen. De huisarts moet weten wat er te krijgen is. Dit kan nog steeds beter. Een grote wens is om in de regio de buurtnetwerken van de grond te krijgen, waarbij een aantal huisartsen met één of twee dementieconsulenten en andere hulpverleners in de wijk samenwerken. Ik ben er trots op dat er de afgelopen jaren binnen de regio veel van de grond gekomen is. Als je het vergelijkt met de landelijke ontwikkeling doen we het hier goed.